Bij de jaarrekening vergelijken we het werkelijke resultaat met het door de raad vastgestelde begrote resultaat. Het rekeningresultaat werd bij de primaire Begroting 2025 op neutraal begroot. Door de tussentijdse besluitvorming door de Raad wordt dit oorspronkelijk begrote resultaat altijd bijgesteld.
Het daadwerkelijke begrote jaarrekeningresultaat per 31 december 2025 is door de Raad bijgesteld naar €5,3 miljoen voordelig. Het werkelijke (gerealiseerde) resultaat is afgerond €1,1 miljoen voordelig en daarmee afgerond €4,3 miljoen nadeliger dan begroot.
Bedragen x € 1.000 | ||||
Verloop begroting en resultaat | Raad | Lasten | Baten | Saldo |
Saldo oorspronkelijk begroting 2025 | 13-nov-24 | 387.619 | -387.619 | 0 |
Raadsbesluiten met begrotingswijzigingen | ||||
Budgetoverhevelingen 2024 | 3.858 | -3.858 | 0 | |
Budgetoverheveling na resultaatbestemming 2024 Sociaal Domein | 950 | -950 | 0 | |
Budgetoverheveling na resultaatbestemming 2024 MOB | 825 | -825 | 0 | |
Voorjaarsnota 2025 | 11-jun-25 | 17.010 | -13.362 | 3.648 |
Eindejaarsrapportage 2025 | 10-dec-25 | 11.672 | -20.634 | -8.962 |
Begrotingssaldo op 31 december 2025 | 421.934 | -427.248 | -5.314 | |
Werkelijke lasten en baten (gerealiseerd totaalsaldo baten en lasten) | 417.363 | -412.032 | 5.331 | |
Stortingen in / onttrekkingen uit reserves (reserve mutatie) | 14.827 | -21.219 | -6.392 | |
Werkelijk gerealiseerd resultaat 2025 (afgerond) | 432.190 | -433.251 | -1.061 | |
Verschil begroting 2025 & werkelijk gerealiseerd resultaat 2025 | 10.256 | -6.003 | 4.253 | |
- is voordeel/ + is nadeel | ||||
Om een goed beeld te krijgen van de oorzaak van de afwijkingen is in onderstaande tabel weergegeven binnen welke programma’s verschillen optreden en hoe groot die zijn. Vervolgens worden de grootste afwijkingen (groter dan €250.000) toegelicht. Voor een uitgebreidere analyse per programma verwijzen wij u naar hoofdstuk 4.2 van de jaarstukken en de financiële analyses op de programmaverantwoording.
Bedragen x € 1.000 | ||
Financiële afwijkingen per programma groter dan € 250.000 | Bedrag | Totaal |
|---|---|---|
Programma 1 - Wonen en leven | -8.114 | |
Invoering nieuwe omgevingswet | -561 | |
Project Sportpark (Arenapark) | -1.052 | |
Vergunningverlening | -445 | |
Wet goed verhuurderschap en wet betaalbare huur | -280 | |
Realisatiestimulans | -1.176 | |
Parkeren | -770 | |
Loon- en afdelingskosten (paragraaf bedrijfsvoering) | 105 | |
Reserve mutaties | -2.727 | |
Saldo overige verschillen kleiner dan € 250.000 | -1.208 | |
Programma 2 - Zorg | -2.486 | |
Opvang vluchtelingen Oekraïne | 297 | |
Wmo huishoudelijke hulp | -485 | |
Jeugd | -1.735 | |
Loon- en afdelingskosten (paragraaf bedrijfsvoering) | -527 | |
Saldo overige verschillen kleiner dan € 250.000 | -36 | |
Programma 3 - Werken | -125 | |
Nabetaling stadsfonds | 397 | |
Regionaal Werkcentrum (RWC) | -651 | |
Minimaregelingen | 670 | |
Loon- en afdelingskosten (paragraaf bedrijfsvoering) | 47 | |
Reserve mutaties | 155 | |
Saldo overige verschillen kleiner dan € 250.000 | -743 | |
Programma 4 - Bestuur | 1.597 | |
Pensioenvoorziening wethouders | 797 | |
Samenvoeging | -837 | |
Aan de slag met dienstverlening sociaal domein | -740 | |
Facilitaire kosten | -278 | |
Veiligheidsregio | 630 | |
Dienstverlening | -300 | |
Loon- en afdelingskosten (paragraaf bedrijfsvoering) | 1.569 | |
Reserve mutaties | 649 | |
Saldo overige verschillen kleiner dan € 250.000 | 107 | |
Programma 5 - Financiën | 13.382 | |
Afwaardering boekwaarden | 11.097 | |
Verkoop opbrengsten panden en gronden | 416 | |
Anna's Hoeve | -318 | |
Voorziening Stationsgebied | 4.700 | |
Mutatie onderhanden werk | 826 | |
Lasten grondexploitaties | -809 | |
Loon- en afdelingskosten (paragraaf bedrijfsvoering) | 57 | |
Algemene uitkering | -1.600 | |
Stedelijke opgave | -305 | |
Saldo overige verschillen kleiner dan € 250.000 | -682 | |
Totaal afwijkingen ten opzichte van begroot resultaat Eindejaarsrapportage | 4.254 | |
- is voordeel/ + is nadeel | ||
Toelichting afwijkingen
Programma 1 - Wonen en leven
- Omgevingswet: In 2025 is minder budget besteed aan de implementatie van de Omgevingswet dan geraamd. De invoering is een meerjarige operatie die doorloopt tot na 2025; de transitie naar het Omgevingsplan loopt zelfs tot 2032. Door afhankelijkheden in de landelijke keten, beperkte capaciteit en interne herprioritering zijn diverse activiteiten vertraagd. Deze schuiven door naar 2026 en verder, waardoor onderbesteding is ontstaan. Daarnaast ontving Hilversum in 2025 via het gemeentefonds € 317.000 aan aanvullende Rijksmiddelen, specifiek geoormerkt voor de implementatie van de Omgevingswet. Deze middelen moeten beschikbaar blijven voor de doorgeschoven werkzaamheden. Door de combinatie van onderbesteding en extra Rijksmiddelen is het beschikbare budget hoger dan eerder opgenomen in de Eindejaarsrapportage 2025. Om de implementatie zorgvuldig voort te zetten wordt voorgesteld dit bedrag over te hevelen naar 2026. Hiermee kunnen noodzakelijke activiteiten worden uitgevoerd, zoals doorontwikkeling van het omgevingsplan, inrichting van werkprocessen, beheer van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) en opleiding van medewerkers.
- Project Sportpark (Arenapark): In 2025 is de haalbaarheid verkend en zijn voorbereidingen getroffen voor de verschillende deelprojecten. Het gaat om het opstellen van kaderstellende documenten, het uitvoeren van onderzoeken en het maken van afspraken met eigenaren en initiatiefnemers. De gemeenteraad is op 17 september 2025 geïnformeerd met het raadsvoorstel ‘Verkenning OV-knoop Sportpark en visie Laapersveld’ en met verschillende RIB’s over kavelontwikkelingen en de omgevingseffectrapportage. Van het totale budget van € 2,1 miljoen is nog circa € 822.000 over, waarvan € 500.000 voor de kosten van ProRail en € 322.000 voor overige kosten. Dit komt doordat werkzaamheden van zowel de gemeente als ProRail grotendeels in 2026 en 2027 plaatsvinden. Er is een voordeel van € 230.000 aan baten vanwege een te verwachten bijdrage vanuit de Uitvoeringsregeling subsidie flexibele schil versnelling woningbouw Noord-Holland 2025. Bovenstaande afwijkingen leiden tot een lagere onttrekking van € 1.052.000 aan de reserve Stedelijke Ontwikkeling. In totaal hebben alle afwijkingen ten opzichte van de begroting geen effect op het rekeningresultaat
- Omgevingsvergunningen: In het laatste kwartaal van 2025 zijn uit twee grote projecten (3 vergunningen) opbrengsten gerealiseerd die niet zijn begroot. In totaal levert dit een hogere opbrengst op van € 591.000. De beoogde besparingen naar aanleiding van de implementatie van de Omgevingswet worden niet behaald, waardoor een overschrijding van € 146.000 voor advies en onderzoekskosten ontstaat ten behoeve van het verlenen van omgevingsvergunningen. Per saldo een voordeel van € 445.000.
- Wet goed verhuurderschap en de Wet betaalbare huur: De Wet goed verhuurderschap is per 1 juli 2023 ingegaan en heeft als doel om ongewenste praktijken van verhuurders tegen te gaan en discriminatie en intimidatie op de woningmarkt te beteugelen. In de wet staan regels over financiële zaken. De wet biedt een instrumentarium voor gemeenten om gedrag van verhuurders te stimuleren en te kunnen handhaven tegen malafide verhuurders en huisjesmelkers. De Wet betaalbare huur is in juli 2024 ingegaan. Het doel is betaalbaarheid vergroten, huurders beter te beschermen en huren te koppelen aan kwaliteit, met handhaving door gemeenten sinds 1 januari 2025. In verschillende circulaires is budget beschikbaar gesteld voor meerjarige activiteiten. Het totale budget bedroeg in 2025 € 346.000, te besteden in 2025 en daarna. In 2024 en 2025 is een start gemaakt met de werkzaamheden in het kader van deze wetten (organisatie en bemensing). De eerste zichtbare resultaten zijn het inrichten van een meldpunt en de mogelijkheid voor het opleggen van bestuurlijke boetes. In 2026 en 2027 worden de activiteiten waarvoor de middelen beschikbaar zijn gesteld uitgevoerd. Daarom wordt voorgesteld het resterende budget van € 280.000 over te hevelen naar 2026.
- Realisatiestimulans: Het Rijk streeft ernaar dat er jaarlijks 100.000 nieuwe woningen worden gebouwd, waarvan twee derde betaalbaar. Om gemeenten te ondersteunen bij deze opgave is de specifieke uitkering (SPUK) Realisatiestimulans ingevoerd. Gemeenten ontvangen een vaste bijdrage van € 7.000 per betaalbare woning waarvan de bouw start in de periode 2025 tot en met 2029.Recentelijk heeft de commissie BBV bepaald dat deze baten verantwoord moeten worden in het jaar waarop deze rijksbijdrage betrekking heeft. Op grond hiervan is € 1.176.000 als baat opgenomen. Dit bedrag heeft betrekking op de start van de bouw van 168 woningen in 2025. Dit bedrag was niet begroot. Als onderdeel van het besluit over de resultaatbestemming wordt voorgesteld dit bedrag toe te voegen aan de Reserve stedelijke ontwikkeling.
- Parkeren: Het aantal parkeervergunningen en bezoekersparkeeruren laat zich moeilijk voorspellen. Gebleken is dat de inkomsten voor parkeervergunningen hoger uitvalt dan begroot. Door verbeterde informatievoorziening over het aantal vergunningen en het gebruik hiervan, verwachten we in de toekomst betere inschattingen te kunnen maken. In lijn met de afspraken die volgen uit het parkeerbeleid is het voorstel om de extra inkomsten te storten in het mobiliteitsfonds (resultaatbestemming € 393.000).
Voor het onderhoud aan gemeentelijke parkeergarages en stallingen zijn minder kosten (€ 47.000) gemaakt dan begroot met name door minder calamiteiten en storingen. De lasten op de onderhoudskosten parkeermeters zijn ook lager dan begroot (€ 56.000). Dit is met het gevolg van een extra jaar garantie, bedongen bij de ombouw van de bestaande parkeerautomaten en de plaatsing van nieuwe automaten, in combinatie met de uitbreiding van het betaald parkeergebied. In de begroting was al rekening gehouden met een incidenteel lager benodigd onderhoudsbudget, maar door de extra garantie zijn de onderhoudskosten in 2025 nog gunstiger uitgevallen.
Door Coöperatie ParkeerService is met name in het derde kwartaal 2025 minder handhavingsinzet geleverd. Dit was het gevolg van een krappe arbeidsmarkt en personeelswisselingen. Hierdoor zijn de kosten lager dan begroot (€ 120.000). In 2026 is er meer sturing binnen het handhavingsteam van Coöperatie ParkeerService zodat er beter wordt gestuurd op de personeelsplanning en er een buffer is bij tegenslagen.
Tezamen met overige baten en lasten kleiner dan € 50.000 leidt dit tot een voordeel op parkeren van € 770.000. - Loon- en afdelingskosten zie paragraaf Bedrijfsvoering 3.5.11 Effectenindicatoren.
Programma 2 - Zorg
- Opvang vluchtelingen Oekraïne: Voor de opvang is € 941.000 minder uitgegeven dan begroot. De lasten vallen met name lager uit door lagere cateringkosten voor de Philipslocatie (invoering/verhoging van de verplichte eigenbijdrage) en lagere lasten voor beveiliging en locatiebeheer (aanpassingen van de contracten). Daarnaast zijn er een aantal soorten lasten die in lager uitvallen, maar in mindere mate zoals energie, verstrekken leefgeld, Thebe onderhoud leidingen en inhuur.
De baten zijn in lijn zijn gebracht met de lasten conform de voorschriften van het Rijk zijn, waardoor de baten van € 1.275.000 lager uitvallen.
Per saldo leidt dit tot een nadelig saldo van €334.000. Dit wordt gecompenseerd door een extra uitkering van het Rijk in de decembercirculaire. De ontvangst van de decembercirculaire valt echter buiten ambitie ‘samenkracht en burgerparticipatie’ en maakt onderdeel uit van de ambitie ‘financiële huishouding’. - Wmo huishoudelijke hulp: Het voordeel van €497.000 wordt met name verklaard doordat de nieuwe CAO voor huishoudelijke hulp later dan verwacht is ingegaan.
- Jeugd: Het voordeel van € 1,8 miljoen wordt veroorzaakt door een afname van de lasten.
De lasten Jeugdhulp met verblijf zijn € 772.000 lager dan begroot. Zoals aangegeven in de Collegebrief 'Geprognosticeerde uitgaven jeugdzorg 2025' van 1 oktober 2025 zien we in 2025 dat er lagere aantallen jeugdigen zijn op de verblijfsplekken. Deze trend heeft ook het laatste kwartaal van 2025 doorgezet.
De lasten Landelijke transitie arrangement zijn € 473.000 lager dan begroot. Dit betreft lasten van landelijke afspraken tussen de VNG en specifieke zorgaanbieders voor hoog-specialistische, schaarse jeugdhulp die niet op regionaal niveau kan worden georganiseerd, die grotendeels niet via de gemeente worden toegewezen. Ten opzichte van 2024 zijn deze kosten met € 782.000 gestegen. Een daling van de lasten in het laatste kwartaal leidt tot het voordeel ten opzichte van de begroting.
De lasten Jeugdhulp ambulant zijn € 131.000 lager dan begroot. Op het begrote budget van € 18,5 miljoen is een onderschrijding van € 315.000 (0,7%). Ten opzichte van 2024 is er een stijging van € 1,2 miljoen, wat zowel door aantallen als gemiddelde prijs wordt veroorzaakt
Overige verschillen Jeugdzorg, lager lasten van € 359.000 betreffen Jeugdreclassering/bescherming en PGB.
Tezamen met overige baten en lasten kleiner dan € 50.000 leidt dit tot een voordeel op jeugd van €1,8 miljoen.
- Loon- en afdelingskosten zie paragraaf Bedrijfsvoering 3.5.11 Effectenindicatoren.
Programma 3 - Werken
- Nabetaling stadsfonds: De gemeente heeft sinds 2015 structurele middelen uit de OZB-opslag op de OZB-Niet woningen voor het Stadsfonds geïnd, die niet volledig blijken te zijn doorgezet naar ondernemers en maatschappelijke organisaties. Dit komt door een verschil tussen de uitvoeringsovereenkomst en subsidiewet- en regelgeving. Het gaat om een nabetaling (en daarmee een nadeel) van € 397.000 over de periode 2020-2025.
- Regionaal Werkcentrum (RWC): In 2025 zijn middelen vanuit het Rijk beschikbaar gesteld om het RWC vorm te geven. Hilversum is als centrumgemeente verantwoordelijk voor de uitvoering van het RWC. Een deel van de verkregen rijksmiddelen hiervoor zullen pas in 2026 tot uitgaven leiden, derhalve wordt de raad gevraagd om € 651.000 over te hevelen naar 2026. Dit is exclusief de met de december circulaire verkregen middelen van € 157.000 (totaal gevraagd over te hevelen € 808.000). Het gaat om het impulsbudget, het communicatiebudget en de overgebleven middelen van Werk aan Werk. Door de middelen over te hevelen kunnen deze in 2026 doelmatig en samen met de RWC ‑ partners worden ingezet.
- Minimaregelingen: In 2025 is er in totaal € 7,4 miljoen uitgegeven aan minimaregelingen, wat € 670.000 meer is dan begroot. Dit komt vooral door een eenmalige hogere uitgave van € 360.000 voor de activeringsregeling, die in 2025 voor anderhalf jaar tegelijk werd uitbetaald. Ook is er €100.000 extra uitgegeven aan de automatische uitbetaling van de individuele inkomenstoeslag. Daarnaast zijn de kosten voor Sociaal Medische indicaties met € 150.000 gestegen door hogere kinderopvangkosten en meer opvanguren. Het resterende nadeel van € 60.000 kon niet precies worden verklaard.
- Loon- en afdelingskosten zie paragraaf Bedrijfsvoering 3.5.11 Effectenindicatoren.
Programma 4 - Bestuur
- Pensioenvoorziening wethouders: Er heeft een extra storting in de pensioenvoorziening van de (voormalig) wethouders plaatsgevonden. Deze extra storting bedraagt € 797.000 als gevolg van de overgang per 2028 naar ABP waar een hogere dekkingsgraad wordt voorgeschreven.
- Samenvoeging: Er worden kosten gemaakt als gevolg van de samenvoeging met Wijdemeren. Een groot deel van deze kosten worden gedekt uit de Arhi-middelen vanuit het Rijk middels de Algemene Uitkering. Wegens timing verschillen tussen de uitgaven en opbrengsten Arhi-middelen is middels de voorjaarsnota 2025 de reserve “Herindeling” gevormd om dit effect te egaliseren. Tijdens de eindejaarsrapportage is een begroting opgesteld bestaande uit diverse projecten/activiteiten ten behoeve van de samenvoeging met Wijdemeren. Niet alle beoogde projecten/activiteiten zijn uitgevoerd in 2025 waardoor de uitgaven lager zijn dan begroot. Verwachting is dat deze uitgaven in 2026 en verder zullen plaatsvinden. Dit heeft geen effect op het resultaat aangezien de uitgaven uit de hiervoor gevormde Herindelingsreserve worden gedekt.
- Aan de slag met dienstverlening sociaal domein: Met de investering in de dienstverlening binnen het sociaal domein wordt een extra impuls gegeven aan de ingezette beweging van ziekte en zorg naar gezondheid en gedrag. De transitie naar een nieuwe manier van werken op het Sociaal Plein vraagt om een fundamentele omslag: van ondersteuning per regeling naar een integrale toegang en nauwe samenwerking tussen de disciplines Jeugd, Wmo, Werk, Participatie en Schuldhulpverlening. In 2025 zijn financiële middelen ingezet voor het ontwerp en de voorbereiding van integraal en wijkgericht werken. Ook is een inwonersreis ontwikkeld, met behulp waarvan we diverse dienstverleningsprocessen hebben geanalyseerd, geprioriteerd en verbeterd. Onder meer vertraging in de oplevering van het regiesysteem heeft ervoor gezorgd dat we niet al in 2025 konden starten met het implementeren van de nieuwe werkwijze. De verwachting is dat de over te hevelen middelen volledig in 2026 worden ingezet, omdat de implementatie van wijkgericht en integraal werken in 2026 plaatsvindt. De middelen worden onder meer besteed aan:
• Start pilot integrale dienstverlening in Hilversum Oost Deze pilot in is in januari 2026 gestart. Binnen de pilot zetten we in op de ontwikkeling van en personele inzet voor de ontwikkeling van de integrale toegang en het integraal werken, het ontwikkelen van vaardigheden voor een brede uitvraag aan de hand van positieve gezondheid, onder meer door trainingen en intervisie en het verbeteren van processen en communicatie naar onze inwoners.
• Uitrol nieuwe werkwijze over HilversumDe pilot in Oost vormt het begin van de integrale en wijkgerichte werkwijze. Gedurende het jaar wordt deze stapsgewijs uitgerold over heel Hilversum, zodat alle inwoners uiteindelijk op dezelfde manier worden bediend en professionals in de wijken optimaal samenwerken. De raad is onder anderen met de volgende collegebrieven geïnformeerd over de voortgang en de noodzaak van de voorgestelde overheveling.
• Collegebrief inzake Beantwoording raadsvragen overheveling dienstverlening sociaal domein (3 februari 2026)
• Toelichting op prognose overheveling dienstverlening sociaal domein (4 november 2025)
• Collegebrief Overheveling budget dienstverlening sociaal domein (6 juni 2025). - Facilitaire kosten: De lagere kosten worden met name door een voordeel op de energielasten veroorzaakt; de energielasten zijn lager door minder verbruik op electra en lagere tarieven voor gas. Ook is er door investeringen in nieuwe AV middelen minder onderhoud nodig geweest.
- Veiligheidsregio: Begin 2025 zouden we starten met uitbreiding van de inzet van de Wijkbrandweer. De vacature bij de regio is pas in het 3e kwartaal ingevuld. Daardoor zijn er maar beperkt uren in rekening gebracht. Daarnaast is ook later gestart met de uitvoering van het programma Weerbaarheid.
In de Eindejaarsrapportage 2025 is de afrekening van het resultaat over 2024 van de Veiligheidsregio als voordeel gemeld. Deze afrekening bleek echter al Jaarrekening 2024 te zijn verwerkt. Dit betekent het gemelde voordeel zich niet voordoet in 2025. Per saldo leidt dit tot een nadeel. - Dienstverlening: De aangekondigde activiteiten in 2025 binnen het Programma 4 Bestuur inzake dienstverlening zijn veelal uitgevoerd. Dit betreft activiteiten zoals invoering Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer, vervanging afspraak -en telefoonsoftware, chatbot front office, aanpassingen dienstverlening op basis van de visie Sociaal domein, communicatie over dienstverleningsprincipes binnen de organisatie, en medewerking aan opvolging van de aanbevelingen uit het Rekenkamer onderzoek Toegankelijke dienstverlening.
Vanwege de voorbereiding op de ambtelijke fusie per 1 januari 2026 zijn een aantal activiteiten welke voor 2025 gepland stonden doorgeschoven naar 2026 en 2027. Dit betreft breder gebruik door inwoners van MijnOverheid Berichtenbox, een MijnHilversum applicatie voor burgers en een nieuwe FrontOffice Applicatie. Daarnaast zal 2026 in het teken staan van het introductieprogramma van de collega’s uit Wijdemeren binnen de Hilversumse dienstverlening en de harmonisatie van inwonersproducten vanwege de fusie. Tevens worden de kosten ten behoeve van de voorbereiding op de wettelijke verplichting inzake ID-Wallet uit de overheveling betaald (zie activiteiten begroting 2026). Een indicatie van de kosten is: Interne communicatie (€50.000), Procesoptimalisatie MOR (€50.000), Digitalisering Dienstverlening met onder anderen MijnHilversum, ID Wallet en doorontwikkeling website (€ 50.000) en verbeteren Toegankelijkheid, aanbevelingen RK-onderzoek (€50.000). Dit telt op tot de gevraagde overheveling van €300.000.
- Loon- en afdelingskosten zie paragraaf Bedrijfsvoering 3.5.11 Effectenindicatoren.
Programma 5 - Financiën
- Afwaardering boekwaarden: In de Begroting 2025 was oorspronkelijk een opbrengst van € 2,78 miljoen voor de verkoop van drie percelen gronden opgenomen. Bij verkoop van deze percelen zou er voor € 1,08 miljoen aan boekwaarde voor deze gronden worden afgewaardeerd. Nu de verkopen niet in 2025 hebben plaatsgevonden vindt er ook geen afwaardering op de boekwaarde plaats. Dit leidt tot een onderschrijding op de lasten van € 1,08 miljoen.
De raad is op 12 januari 2026 met de collegebrief 'afwaardering panden aankoop Koninginneweg (1917998)' geïnformeerd over het oordeel van de accountant over tot de balanswaarde van de aangekochte panden aan de Koninginneweg tot en met 31 december 2025. Het afwaarderen van deze panden tot de grondwaarde heeft geleid tot een verlies in de jaarrekening van € 12,2 miljoen. Indien de raad instemt met het openen van de GREX Koninginneweg in 2026, wordt het resultaat verantwoord op basis van de ingebracht grondwaarde en de nog aan te kopen panden binnen het boekjaar 2026.
per saldo leidt dit tot een nadeel van € 11,1 miljoen. - Verkoopopbrengst panden en gronden: In 2025 zijn de panden aan de Augustinushof 63 en 's-Gravelandseweg 182 verkocht. Deze verkopen hebben € 1,76 miljoen opgeleverd. De beoogde verkoop van de panden Anton Philipsweg 2, 4 en 4B is niet doorgegaan omdat de beoogde koper zich voorlopig heeft teruggetrokken. Hierdoor zijn er minder baten van € 486.000 dan begroot. Het netto resultaat van de verkoop is toegevoegd aan de reserve stedelijke ontwikkeling.
In 2025 zijn echter meer gronden aan Liander verkocht voor het plaatsen van elektriciteitshuisje om het energienetwerk uit te breiden. Dit leidt in 2025 tot een hogere verkoopopbrengst voor gronden van € 70.000 dan begroot. Het netto resultaat van de verkoop is toegevoegd aan de reserve stedelijke ontwikkeling.
per saldo leidt dit tot een nadeel van € 416.000. - Anna’s Hoeve: In de Voorjaarsnota 2025 is het laatste deel van de winst opgenomen. De definitieve berekening, gebaseerd op de werkelijke lasten en baten, laat ten opzichte van de begrote winst een voordeel zien van € 318.000. De GREX Anna's Hoeve is met de actualisatie GREX afgesloten.
- Voorziening Stationsgebied: Voor verlieslatende grondexploitaties is een voorziening op basis van contante waarde getroffen. Op basis van de actualisatie van het Stationsplein is een (contant) verlies berekend van ongeveer € 8,6 miljoen. Voor een verlieslatende grondexploitatie wordt conform het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) een bedrag van € 4,8 miljoen aan de voorziening 'Planexploitaties' toegevoegd, dit bedrag is € 4,7 miljoen hoger dan begroot.
- Mutatie onderhanden werk: Dit betreft de afwijking ten opzichte van de begrote mutatie onderhanden werk. Voor een meer gedetailleerd overzicht wordt verwezen naar de Nota Grondexploitaties 2026 onderdeel van het besluit m.b.t. de actualisatie van de grondexploitaties waarin de verschillen tussen de actualisatie 2025 en 2026 nader verklaard worden.
- Lasten grondexploitaties: Ten opzichte van de begrote lasten van de twee grondexploitaties Anna's Hoeve en Stationsplein is er in 2025 minder uitgegeven. Voor een meer gedetailleerd overzicht wordt verwezen naar de nota Grondexploitaties 2026 waarin de verschillen tussen de actualisatie 2025 en 2026 nader verklaard worden.
- Loon- en afdelingskosten zie paragraaf Bedrijfsvoering 3.5.11 Effectenindicatoren.
- Algemene uitkering: De decembercirculaire wordt na opstellen van de Eindejaarsrapportage 2025 ontvangen. Het voordeel van de Decembercirculaire 2025 van € 1,6 miljoen wordt met name veroorzaakt door effecten op ontwikkeling van het aantal huishoudens met een laag inkomen, toekenning van middelen voor de meerkosten van de opvang van Oekraïners, correcties op WOZ-waardemutaties over het jaar 2023 en extra middelen voor de Wet versterking regie Volkshuisvesting. Het structurele effect van deze circulaire wordt verwerkt in de voorjaarsnota 2026. De raad is middels een collegebrief hierover geïnformeerd en voorgesteld om een deel van de onbenutte middelen via resultaatbestemming 2025 over te hevelen naar 2026.
- Stedelijke opgave: In 2025 zijn geen uitgaven gedaan die uit deze stelpost zijn gedekt. In de Voorjaarsnota 2025 is incidenteel budget opgenomen voor de inhuur van de projectleider integrale gebiedsagenda Zuidwest voor het opstellen van de startnotitie gebiedsagenda Zuidwest. Dit budget is niet besteed in 2025. Het voorstel is om €85.000 over te hevelen uit de stelpost stedelijke opgave naar 2026.
