Toelichting weerstandsvermogen en risicobeheersing
Deze bijlage bevat een specificatie van de risico's met een invloed percentage vanaf 1% die betrokken zijn bij het bepalen van de benodigde weerstandscapaciteit.
Nr. | Invloed (%) | Risicogebeurtenis | Financieel Minimum in € | Financieel Maximum in € | Kans | Toelichting |
|---|---|---|---|---|---|---|
R206 | 34,91% | Ontwikkelingen in de Grex (geconsolideerd risico) | 935.280 | 6.607.609 | 30% | Risico’s die betrekking hebben op de ontwikkeling van (potentiële en bestaande) Grex-en zijn in dit geconsolideerde risico opgenomen. De risico’s voor de Grex-en Stationsgebied (zoals; langere duur voorbereiding aanbesteding, bezwaarprocedures op vergunningen, hogere plankosten, hogere kosten voor ontgravingen vanwege stikstof) staan toegelicht in de individuele grondexploitaties en worden financieel in dit geconsolideerde risico opgenomen, ten behoeve van de berekening van het weerstandsvermogen. De financiële verwachtingen staan vermeld in de nota actualisatie GREX waarbij rekening is gehouden met de onderliggende risico's. Hieronder worden enkel risico's toegelicht die in de toekomst mogelijk onder een Grex kan komen te vallen, en de GEM Crailo (zie onderstaande toelichting voor meer informatie). |
Risicomanagement vormt een vast onderdeel van projectmanagement en de ontwikkelingen worden structureel gemonitord. Ten opzichte van het risicoprofiel t.t.v. Jaarstukken 2022 zijn stappen gezet in de vertaling van de risico’s vanuit projectcontrol naar het weerstandsvermogen. De kwantificering van dit risico is om die reden verhoogd in het daarna volgende risicoprofiel. De risico's m.b.t. de openstaande Grex'en zijn geactualiseerd in de nota actualisatie GREX en zijn hierin verwerkt. | ||||||
Bij de begroting 2025 is vermeld dat Hilversum geen risico loopt dat de flexibele woningen op het Circusterrein na 15 jaar niet worden verplaatst. Bij verplaatsing van de flexwoningen vervalt het risico voor de gemeente, en we verwachten dat dit haalbaar is. Daarom is dit project niet opgenomen als financieel risico in de risicoparagraaf. | ||||||
GEM Crailo Hilversum heeft samen met de gemeenten Gooise Meren en Laren de gebiedsontwikkeling Crailo op zich genomen. De gemeenten hebben hiervoor een grondexploitatiemaatschappij (GEM) opgericht. Hilversum staat voor 45% (€ 9 miljoen) borg voor de door GEM Crailo BV bij de BNG aangetrokken kredietfaciliteit, aangetrokken ter overbrugging van de zogenaamde "badkuipkosten". Bij ontwikkeling van een gebied gaan de kosten altijd voor de baat uit. Het risico op het aanspreken van de borgstelling door de BNG wordt als minimaal (1%) ingeschat. | ||||||
R100 | 18,69% | BUIG – Negatief saldo inkomsten-uitgaven bijstand | - | 3.000.000 | 40% | Afgelopen jaren waren de lasten hoger dan het ontvangen BUIG budget (Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen Gemeenten). Voor de jaren 2015 tot en met 2018 en 2023 was het nadeel zodanig groot dat we aanspraak konden maken op de landelijke vangnetregeling. De landelijke vangnetregeling betreft een getrapte vergoeding, waarbij tekorten deels worden gecompenseerd door het Rijk. Door de landelijke vangnetregeling wordt het maximale tekort voor Hilversum afhankelijk van de hoogte van het BUIG-budget. |
Voor Hilversum geldt dat het tekort BUIG door de vangnetregeling niet hoger zal zijn dan rond de €3 miljoen. In de meerjarenraming gaan we uit van een structureel tekort van € 0,7 miljoen. Hieruit blijkt dat Hilversum op begrotingsbasis ook voor de jaren 2025 en verder niet in aanmerking zal komen voor de vangnetregeling. Dit is echter afhankelijk van de definitieve resultaten. | ||||||
In de begroting 2026 is het maximale risico ten aanzien van de BUIG € 2 miljoen (verschil tussen het begrote tekort en het gemaximaliseerde tekort). Om dit risico te beheersen is het actieplan OmBUIGen uitgerold. Hierbij wordt ingezet op het stimuleren van de uitstroom en het zoveel als mogelijk beperken van de instroom. Dit doen wij onder andere door de nieuwe re-integratie trajecten, waarbij wij meer gericht inzetten op inwoners met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt en met een mismatch met de arbeidsmarkt. Ook zetten wij meer in op nazorg (coalitieakkoord), waarmee de verwachting is dat meer inwoners aan het werk blijven en zo niet terugkeren in de uitkering. En blijven wij inzetten op parttime werken, waarbij we zoeken naar aanvullende mogelijkheden dit te stimuleren en eenvoudiger te maken. Bovendien zetten wij in op het 'sneller' laten integreren en sneller aan het werk krijgen van statushouders, door middel van bijvoorbeeld meer inzet op duale trajecten. | ||||||
Daarnaast bestaat het risico dat het macrobudget in de toekomst voor ons nadelig wordt aangepast. Vooralsnog is het onduidelijk hoe het macrobudget zich voor Hilversum meerjarig zal ontwikkelen. Het macrobudget beweegt voor Hilversum mee met de gemiddelde landelijke ontwikkelingen. Dit betekent dat er budgettaire ruimte ontstaat zodra Hilversum het beter doet dan het landelijk gemiddelde. Als Hilversum het slechter doet dan het landelijk gemiddelde leidt dit tot een tekort. Dit budget is voor Hilversum niet beïnvloedbaar. | ||||||
Door de stijgende lasten en onzekere inkomsten bestaat het risico dat de begroting onvoldoende middelen biedt voor de uitvoering van de BUIG. Wij schatten in dat dit risico de komende jaren aanwezig blijft en de kans van voordoen op 40%. | ||||||
R103 | 8,09% | Tegenvallende uitkering gemeentefonds (AU) | - | 2.100.000 | 25% | De algemene uitkering wordt berekend op basis van aantallen eenheden per maatstaf. Voorbeelden zijn: het aantal inwoners, oppervlakte, aantal bijstandsontvangers aantal woonruimten etc.. |
De maatstaf lage inkomens met drempel is een maatstaf die vanaf 2023 opnieuw is gedefinieerd. Via deze maatstaf wordt ongeveer 20% van de algemene uitkering verdeeld. Door zijn grote gewicht hebben wijzigingen in aantallen van deze maatstaf een groot effect op de uitkomsten van de algemene uitkering. Gedurende 2023 en 2024 is de definitie van deze maatstaf bijgesteld en wordt er gerekend met gemiddelde aantallen over de afgelopen jaren. Op 31 december 2025 zijn de aantallen van deze maatstaf voor 2024 en 2025 nog niet definitief en vormen daarmee een risico voor de berekening van de hoogte van de algemene uitkering, niet alleen voor het jaar 2025 maar ook nog voor de nog niet definitief berekende jaren 2023, 2024. Eventuele voor/nadelen worden verrekend met de algemene uitkering voor het jaar 2026. | ||||||
Ook wijzigingen van de aantallen van andere maatstaven kunnen ertoe leiden dat Hilversum meer of minder geld uit het gemeentefonds ontvangt. Bijvoorbeeld: het inwonertal van Hilversum groeit. Dit heeft een gunstige uitwerking op de algemene uitkering uit het gemeentefonds. | ||||||
De Algemene uitkering bestaat voor een bedrag van ongeveer € 32 miljoen uit Integratie- en Decentralisatie uitkeringen. Het overige bedrag van € 211 miljoen is te beschouwen als het klassieke deel van de algemene uitkering. Een afwijking van 1% is € 2,1 miljoen. | ||||||
Op dit moment zijn er overige onzekerheden rondom de ontwikkeling van de algemene uitkering. Begin februari wordt het kabinet Jetten gevormd. Hierdoor ontstaat er onzekerheid over de ontwikkeling van het Gemeentefonds. De ontwikkeling van het gemeentefonds, kan onder het kabinet Jetten zowel voordelig als nadelig uitvallen. | ||||||
R98 | 6,19% | Meer gebruik van voorzieningen Jeugdzorg | - | 1.000.000 | 40% | De gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van de regelingen behorende bij de Jeugdwet. Deze regelingen hebben een open-einde-karakter. De rekeningcijfers kunnen als gevolg van diverse onzekerheden in positieve, maar ook in negatieve zin afwijken van de begroting. Vooruitkijkend zien wij voor de komende jaren de volgende risico’s: |
• Prijsontwikkelingen. Diverse contracten met zorgaanbieders houden de mogelijkheid van (jaarlijkse) prijsindexering open. Deze contractuele indexaties zijn vaak afhankelijk van landelijk bepaalde indices en kunnen afwijken van de in de begroting gehanteerde prijsindexering. | ||||||
• Stijging van de vraag door bijvoorbeeld de groei van het aantal inwoners of andere (demografische) ontwikkelingen. Ook voor de komende jaren verwachten we dat het aantal inwoners zal stijgen. | ||||||
• De toegang tot de jeugdzorg loopt niet alleen via het Sociaal Plein, maar ook via de wettelijke verwijzers zoals huisartsen, jeugdartsen, medisch specialisten en gecertificeerde instellingen, waardoor er minder grip is op de inzet van deze zorg. | ||||||
• In 2025 is in onze regio gewerkt aan het programma IDU (in-, door- en uitstroom). Landelijk waren (en zijn) er uitdagingen m.b.t. ontwikkeling van regionale veiligheidsteams. | ||||||
In de Hilversumse beleidsagenda jeugd 2024-2030 geven we aan het belangrijk te vinden te investeren in jeugdhulp, en dan vooral in de preventieve en voorliggende voorzieningen. Hierdoor beperken we hopelijk een verdere stijging van de uitgaven. | ||||||
Bovenstaande risico’s zijn niet te splitsen in afzonderlijke componenten, omdat het niet mogelijk is de gevolgen die zich gezamenlijk (kunnen) voordoen afzonderlijk te herkennen of inzichtelijk te maken. | ||||||
R99 | 5,20% | Meer gebruik van voorzieningen WMO | 250.000 | 500.000 | 45% | De gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van de regelingen behorende bij de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO). Deze regelingen hebben een open-einde-karakter. De rekeningcijfers kunnen als gevolg van diverse onzekerheden in positieve, maar ook in negatieve zin afwijken van de begroting. De belangrijkste onzekerheden hebben betrekking op de te verwachten normale instroom en/of uitstroom. Bij verder gelijke omstandigheden verwachten we op termijn een groeiend beroep op de individuele voorzieningen, omdat op basis van demografische ontwikkelingen steeds meer ouderen te verwachten zijn en omdat ouderen steeds langer zelfstandig thuis zullen blijven wonen. Vooruitkijkend zien wij voor de komende jaren de volgende risico’s: |
• Prijsontwikkelingen. Diverse contracten met zorgaanbieders houden de mogelijkheid van (jaarlijkse) prijsindexering open. Deze contractuele indexaties zijn vaak afhankelijk van landelijk bepaalde indices en kunnen afwijken van de in de begroting gehanteerde prijsindexering. | ||||||
• Stijging van de vraag door bijvoorbeeld de groei van het aantal inwoners of andere demografische ontwikkelingen. Ook voor de komende jaren verwachten we dat het aantal inwoners zal stijgen. | ||||||
• Het huidige beleid veronderstelt onder andere dat de vraag naar individuele (duurdere) zorg via het Sociaal Plein zal dalen doordat meer burgers gebruik zullen gaan maken van algemene voorzieningen (begeleiding in de wijk en lichte dagbesteding). De kans bestaat dat deze verschuiving zich in mindere mate voordoet dan we nu veronderstellen. Zelfs als de verwachte verschuiving plaatsvindt, kan het zijn dat de WMO-kosten blijven stijgen door de eerder genoemde autonome groei. | ||||||
• Binnen de Regio is een heroverwegingstraject gestart voor verschillende onderdelen WMO. De (verwachte) financiële effecten hiervan zullen pas in 2026 inzichtelijk worden. | ||||||
• De invoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage WMO stond gepland voor 1 januari 2026, de exacte invoeringsdatum is tot op heden niet bekend en zal naar aller waarschijnlijkheid verschuiven naar 2028. Dit leidt ertoe dat de dempende werking hiervan later zal intreden. | ||||||
Bovenstaande risico’s zijn niet te splitsen in afzonderlijke componenten omdat het niet mogelijk is de gevolgen die zich gezamenlijk (kunnen) voordoen afzonderlijk te herkennen of inzichtelijk te maken. | ||||||
R205 | 4,63% | Verbonden partijen (geconsolideerd risico) | - | 1.500.000 | 30% | Hilversum heeft verschillende betrekkingen met een diversiteit aan Verbonden Partijen. Als externe partij is het voor de gemeente moeilijk om invloed uit te oefenen op risico's van Verbonden Partijen. Er is bijvoorbeeld vaak sprake van een risico inzake het al dan niet toereikend zijn van de begroting van een Verbonden Partij met mogelijk meerkosten in de bijdrage van de gemeente tot gevolg. Door de risico's echter scherp te houden, blijven we op de hoogte van actuele ontwikkelingen en kunnen we tijdig en concreet het gesprek aangaan met de betreffende partij. |
De individuele risico's per verbonden partij worden gegroepeerd en als geheel beoordeeld in dit geconsolideerde risico. | ||||||
Ten opzichte van het vorige risicoprofiel zijn de onderliggende risico's opnieuw beoordeeld. Ze hebben allemaal een kans van optreden (1-25%). De kwantificering van dit geconsolideerde risico wordt daarom elk jaar herzien ten opzichte van het vorige risicoprofiel." | ||||||
R209 | 4,40% | Datalekken en informatieveiligheid (analoog en digitaal) | 500.000 | 5.000.000 | 5% | Het succesvol afweren van cyberaanvallen is afhankelijk van drie kerncomponenten: mens, techniek en organisatie. |
Organisatorisch wordt intensief samengewerkt om de systemen en het netwerk weerbaar te maken, waarbij continu beheersmaatregelen worden geïmplementeerd. De Cyberbeveiligingwet dient daarbij als het onderliggend kader. Bij een succesvolle cyberaanval moeten er echter kosten worden gemaakt om de schade te herstellen. Hiervoor is vaak de inschakeling van een gespecialiseerd extern bureau noodzakelijk. Daarom is de risicokwantificering gebaseerd op deze directe en overige herstelkosten. Hoewel het toenemende gebruik van SaaS-oplossingen de directe gevolgschade voor de organisatie iets vermindert, kan de impact en de herstelkosten voor getroffen inwoners en bedrijven ook dan aanzienlijk zijn. | ||||||
R202 | 3,61% | Financiën: borgstellingen, garanties, rechtstreekse geldleningen en deelnemingen (geconsolideerd risico) | - | 12.200.200 | 3% | "In dit geconsolideerde risico zijn de risico’s samengevoegd die in het teken staan van borgstellingen, garanties en rechtstreekse geldleningen. Risico's met betrekking tot GEM Crailo zijn apart samengebracht in R254 en vallen daarom niet onder dit risico. De kans inschattingen van de hier opgenomen risico’s zijn allemaal erg laag, maar hebben elk grote financiële gevolgen op het moment dat ze zouden optreden (variërend tussen € 100.000 à € 12.200.000). De kans dat één van deze onderliggende risico's zou optreden is bijzonder klein. De kans dat er méér dan één van deze onderliggende risico's gelijktijdig zouden optreden, is nog veel kleiner. De kans van optreden voor dit geconsolideerde risico is zodoende ingeschat op 3% met een maximale bandbreedte gelijk aan het hoogste individuele risicogevolg van de opgenomen risico's (€ 12.200.000)." |
R265 | 3,44% | Achterstallige huur Frans Halslaan 57A wordt mogelijk niet (volledig) ontvangen | - | 447.299 | 50% | STIP huurt het pand Frans Halslaan 57A van de gemeente. Sinds het schooljaar 2017/2018 voldeden de leerlingenaantallen niet aan de vereisten om deze locatie te behouden. De gemeente was voornemens de huur op te zeggen. |
In 2016 verzocht STIP om de locatie aan te houden voor IPS Hilversum en de huur aan de gemeente te vergoeden; een inplaatsstelling richting eigenaar leek mogelijk, wat een directe huurrelatie kon opleveren. Eind 2021 zegde de eigenaar de huurovereenkomst met de gemeente op per 31 december 2022; STIP is sindsdien geen gebruiker meer. Van september 2017 tot en met december 2022 boden de leerlingenaantallen geen recht op kostenvergoeding voor Frans Halslaan 57A. | ||||||
Ondanks gesprekken zijn de huurbedragen nog steeds niet ontvangen; de vordering is uit handen gegeven. Samen met Nysingh is een strategie vastgesteld. Op 8 september 2025 is een conceptbeschikking besproken; per abuis werd deze 30 september 2025 aan STIP verzonden. Een bezwaarschrift van het Onderwijskantoor werd 9 oktober 2025 ontvangen en 11 november besproken 2025; Nysingh bereidt op basis daarvan een advies voor, verwacht eerste kwartaal 2026. De huidige openstaande huur bedraagt € 447.299; de kans op volledige inning wordt geschat op 50%. | ||||||
Komende periode blijven alle partijen betrokken bij advisering, communicatie met STIP en stakeholders, en eventuele verdere bestuurlijke/juridische stappen. | ||||||
R278 | 1,79% | Datalekken en informatieveiligheid (analoog en digitaal) | 80.000 | 500.000 | 20% | Het succesvol afweren van cyberaanvallen is afhankelijk van drie kerncomponenten: mens, techniek en organisatie. |
Organisatorisch wordt intensief samengewerkt om de systemen en het netwerk weerbaar te maken, waarbij continu beheersmaatregelen worden geïmplementeerd. De Cyberbeveiligingwet dient daarbij als het onderliggend kader. Bij een succesvolle cyberaanval moeten er echter kosten worden gemaakt om de schade te herstellen. Hiervoor is vaak de inschakeling van een gespecialiseerd extern bureau noodzakelijk. Daarom is de risicokwantificering gebaseerd op deze directe en overige herstelkosten. Hoewel het toenemende gebruik van SaaS-oplossingen de directe gevolgschade voor de organisatie iets vermindert, kan de impact en de herstelkosten voor getroffen inwoners en bedrijven ook dan aanzienlijk zijn. | ||||||
R218 | 1,77% | Projectenkalender informatiemanagement staat onder druk | - | 350.000 | 40% | De druk op de projectenkalender in de (I-keten) neemt toe, zeker als gevolg van de samenvoeging met Wijdemeren. Projecten in deze I-keten zijn projecten die voor de diverse domeinen in de gemeentelijke organisatie worden uitgevoerd en die een ICT en/of proces component bevatten. De toenemende druk in combinatie met capaciteitsuitdagingen leidt tot uitstel van projecten, wat - mede door de hoge inflatie en stijgende prijzen - kan leiden tot aanvullende financiële lasten. |
Een andere mitigerende maatregel is dat er gekozen wordt voor extra inhuur. Dit leidt wel tot versnippering van kennis en extra kosten. | ||||||
R97 | 1,25% | Extra uitgaven t.b.v. het Integraal Huisvestingsplan (IHP) Onderwijs | - | 400.000 | 20% | De gemeente heeft een wettelijke zorgplicht om te voorzien in voldoende en adequate huisvesting voor het onderwijs. In april 2024 heeft de gemeenteraad een besluit genomen over een het Integraal Huisvestingsplan Onderwijshuisvesting (“IHP”) voor de periode 2024-2039. Er worden constructiefouten hersteld, scholen gerenoveerd, nieuwe scholen gebouwd en worden gymzalen aangepakt. Het IHP sluit aan bij de gestelde eisen vanuit de ‘Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs gemeente Hilversum 2022’ en bevat een vermelding van de voorzieningen in de onderwijshuisvesting in de periode 2024-2027 inclusief de bijbehorende financiën. Ook geeft IHP daarbij een doorkijk naar de periode van twaalf jaar volgend op de periode van vier jaar waarvoor dit plan geldt (2028-2039). |
Inmiddels is over de voortgang van het IHP twee keer gerapporteerd d.m.v. een voortgangsrapportage en zijn bijstellingen doorgevoerd om het programma op koers te houden. Het IHP is opgesteld met duidelijke doelstellingen, prioriteiten en een financieel kader. | ||||||
De werkelijke kosten voor een schoolgebouw zijn project specifiek (onder andere vorm-, locatie gebonden eisen). De werkelijke kosten begeven zich naar schatting in een indicatieve bandbreedte van -5% en +10% ten opzichte van het referentiebedrag. | ||||||
Er is een stelpost tegen vertraging ingericht van 2,5% per project om tegenvallende kosten op te vangen. Ook is er een stelpost ingericht voor het bouwrijp maken van grond- en sloopkosten. Echter, in de praktijk kan de uitvoering beïnvloed worden door diverse veranderingen, zoals vertraging van bouwprojecten, de invloed van vertraging op het plan met betrekking tot de tijdelijke wissellocaties, stijging van bouwkosten, demografische veranderingen (groei/krimp van leerlingaantallen), en onverwachte gebeurtenissen (bv. constatering van asbest). Deze veranderingen kunnen leiden tot aanpassingen in de planning en financiën. | ||||||
Tegenover deze negatieve risico’s bestaat een aantal zaken die kunnen leiden tot lagere rente en afschrijving. De lastigste te ramen is ‘vertraging’. Immers, er zal dan later rente en afschrijving in de exploitatie worden opgenomen. | ||||||
Bovenstaande is vertaald naar een risicobedrag ter grootte van € 400.000, welke is berekend op basis van het uitgangspunt dat de werkelijke kosten in de hoogste bandbreedte vallen (10 % i.p.v. de opgenomen 2,5%) en het extra nodig hebben van tijdelijke huisvesting in verband met vertragingen (5 % van maximale kosten tijdelijke huisvesting). We schatten de kans in op 20%. | ||||||
R261 | 1,15% | Volatiele energiemarkt | - | 500.000 | 15% | De energiemarkt voor gas en elektriciteit blijft in beweging. De toename van energieprijzen in 2022 werd veroorzaakt door het snelle economische herstel na de coronacrisis en een gas tekort. De spanningen tussen Europa en Rusland, in combinatie met de oorlog in Oekraïne, droegen verder bij aan de stijging van energieprijzen. In 2023 bleven de prijzen stijgen als gevolg van aanhoudende onzekerheid op de energiemarkt. In 2024 en 2025 is er sprake geweest van een gedeeltelijke stabilisatie van de energieprijzen. Desondanks blijven de prijzen gevoelig voor internationale ontwikkelingen, zoals geopolitieke conflicten, schommelingen in vraag en aanbod en beleidswijzigingen op Europees niveau. Hoewel de markt momenteel minder extreem volatiel is dan in voorgaande jaren, blijft onzekerheid bestaan over de toekomstige prijsontwikkeling. Hierdoor bestaat het risico op onverwachte kostenstijgingen. Voorzichtigheidshalve is er een potentieel risico opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen. |
